Niveaus en inhoud


Spaanse niveaus op Gran Canaria School of Languages

De Gran Canaria School of Languages biedt gedurende het hele jaar intensieve cursussen Spaans, volgens de zes niveaus van het algemene Europese referentiekader van talen: A1, A2, B1, B2, C1, C2.


Duur:


Alle niveaus beginnen de eerste maandag van de maand en dus een looptijd van 4 tot 5 weken (Zie de kalender voor details).


Beginners (niveau A1) moeten op de eerste maandag van een maand beginnen. Beginners die al enige kennis van het Spaans hebben kunnen een of twee weken later bij de beginnergroep instromen. Studenten met een gemiddeld of geavanceerd niveau kunnen elke maandag beginnen, net als studenten die privé-lessen willen volgen.


De groepen hebben 20 uren per week, van maandag tot en met vrijdag van 9.00-13.00 uur, met een maximum van 14 deelnemers.


Het niveau C1 wordt gegeven van oktober tot eind maart.


Privé-lessen:

Studenten in privé-lessen kunnen elke maandag beginnen.

Niveau C2 wordt alleen in privé-lessen gegeven.



Cursusformaat

Niveau

Formaat: uren/week

Max. deelnemers

Duur in weken

A1, A2, B1, B2

Cursus20: 20 uren in standaardcursus

Cursus25: 20 uren in standaardcursus + 5 Privé lessen

Cursus30: 30 uren in standaardcursus + 10 Privé lessen

14

4 tot 5 weeken.

Het hele jaar

C1 Avanza,

C1 Progresa

Cursus20

14

4 tot 5 weeken.

Oktober tot maart

C2

Privé: 10 uur/week

1 of 2

-


Hieronder kun je het grammaticaoverzicht vinden voor de niveaus A1, A2, B1, B2 en C1 en de wekelijkse verspreiding ervan. In deze lijst is de inhoud van de niveaus A1 tot en met C1 verspreid over 4 weken. De verspreiding van het grammaticaoverzicht die in de volgende tabellen te vinden is, is flexibel en afhankelijk van factoren zoals het aantal studenten in de klas, de mate van studievoortgang enzovoort.

 

Het Master niveau C2 is bedoeld voor hen die een professioneel niveau van het Spaans willen bereiken en voor het die het DELE hoger examen willen afleggen, en deze lessen worden alleen in privé cursus gegeven. Om die reden zal de duur ervan afhangen van de voortgang van de student.

 

Naast het grammaticaoverzicht, bevat de studiehandleiding van de verschillende niveaus lexicale, functionele en thematische of culturele overzichten, waarbij de volgende vier vaardigheden altijd centraal staan: geschreven en mondelinge expressie en begrip.

 

A1

A1 Beginner:

Aprendo Español A1

Aan het eind van de cursus kan de student alledaagse uitdrukkingen en basiszinnen begrijpen en gebruiken. Hij/zij kan zichzelf en anderen voorstellen en vragen stellen en beantwoorden over persoonlijke situaties, zoals waar hij/zij woont, de mensen die hij/zij kent en de dingen die hij/zij heeft. Hij/zij kan op een basisniveau communiceren, als de ander rustig en duidelijk spreekt en bereid is om te helpen.

 

A1 Beginners

Week

Grammaticaoverzicht

Week 1

El alfabeto

Presente de los verbos ser, tener, trabajar, llevar y llamarse

Números del 1 al 101

Género y número de los adjetivos

Presente de los verbos regulares

Uso de los artículos

Adjetivos calificativos

Adjetivos calificativos

Week 2

Usos de los comparativos. Comparaciones adjetivas.

Comparativos regulares e irregulares

Preposiciones en y a con verbos de movimiento

Adjetivos y pronombres posesivos

Concordancia adjetivo – sustantivo

Presente de indicativo de los verbos irregulares

Verbos reflexivos

Adverbios y expresiones de frecuencia

Week 3

Verbos defectivos: gustar, encantar, doler…

Pronombres de objeto indirecto

Adverbios también / tampoco

Perífrasis: estar + gerundio

Verbos de tiempo atmosférico

Muy / mucho

Uso de la preposición en

Pronombres indefinidos

Week 4

Pronombres y adjetivos demostrativos

Números cardinales del 101 al millón

Preposición para

Perífrasis de obligación: hay que, deber, tener que + infinitivo

Perífrasis: ir a, pensar, querer + infinitivo

Perífrasis: poder + infinitivo

Perífrasis: preferir + infinitivo

A2

A2 Basisniveau:

Aprendo Español A2

Aan het eind van de cursus kan de student zinnen en veel gebuikte uitdrukkingen begrijpen, gerelateerd aan thema’s met een onmiddellijke relevantie (zoals persoonlijke basisinformatie, informatie over familie, winkelen, lokale geografie en werk). Hij/zij kan op een eenvoudige en routine manier communiceren, waarbij niet teveel informatie in een keer gebruikt wordt. Hij/zij kan op een eenvoudige manier zijn/haar achtergrond, de directe omgeving en directe benodigdheden beschrijven.

 

A2 Basisniveau

Week

Grammaticaoverzicht

Week 1

Pretérito indefinido: morfología (verbos regulares e irregulares) y usos

Marcadores temporales del pretérito indefinido

Preposiciones a/en

Perífrasis verbales: volver a + infinitivo, empezar a + infinitivo

Estar (pretérito indefinido) + gerundio

Week 2

Pretérito perfecto: morfología (participios regulares e irregulares) y usos

Marcadores temporales de pretérito perfecto

Contraste pretérito indefinido / pretérito perfecto

Perífrasis verbales: acabar de + infinitivo

Pronombres de objeto directo y de objeto indirecto

Posición de los pronombres

Doble objeto directo y doble objeto indirecto

Week 3

Pretérito imperfecto: morfología (verbos regulares e irregulares) y usos

Marcadores temporales de pretérito imperfecto

Soler + imperfecto

Contraste de los tiempos de pasado: pretérito indefinido, pretérito perfecto, pretérito imperfecto

Estar (pretérito imperfecto) + gerundio

La causa: porque, como

Week 4

Futuro simple: morfología (verbos regulares e irregulares) y usos

Contraste futuro simple / futuro perifrástico (ir a + infinitivo)

Marcadores temporales de futuro

Condicional simple: morfología (verbos regulares e irregulares) y usos

B1

B1 Gemiddeld niveau:

Aprendo Español B1

Aan het eind van de cursus kan de student de belangrijkste informatie begrijpen over onderwerpen waar hij/zij bekend mee is en die hij/zij regelmatig tegenkomt, bijvoorbeeld in werk, school en vrije tijd. Hij/zij kan zich redden in de meeste situaties waar de taal gesproken wordt. Hij/zij kan korte teksten schrijven over bekende onderwerpen of over onderwerpen waarin hij/zij een persoonlijke interesse heeft. Hij/zij kan ervaringen, gebeurtenissen, dromen, hoop en ambities beschrijven en een korte uitleg en redenen geven voor zijn/haar opvattingen en plannen.

 

B1 Gemiddeld niveau

Week

Grammaticaoverzicht

Week 1

Revisión de la morfología y el uso de los tiempos de pasado.

Morfología y usos del condicional.

Expresiones de curiosidad y sorpresa.

Referencias temporales.

Expresiones de tiempo.

Presente histórico.

Morfología y usos del imperativo regular e irregular.

- Imperativo + pronombres

- Imperativos fosilizados (venga, vamos, mira)

- Imperativo negativo

- Revisión del imperativo negativo

- El imperativo en el español de América

Morfología y uso del futuro perfecto.

Contraste entre futuro perfecto, futuro imperfecto y condicional simple.

Marcadores de probabilidad (a lo mejor, quizás…).

¡Por qué + condicional!

Tener que (imperfecto) + infinitivo compuesto.

Week 2

Morfología y uso del presente de subjuntivo, regular e irregular.

Estructuras con subjuntivo: ojalá, espero que, deseo que, quiero que

Expresiones de duda:

- Con indicativo: a lo mejor, igual

- Con indicativo o subjuntivo: quizá(s), tal vez, posiblemente, probablemente

- Con subjuntivo: puede (ser) que, es posible que, es probable que

Estilo indirecto de información.

Verbos y fórmulas de opinión:

- Me parece/es + adjetivo + que + subjuntivo

- Me parece/está + adverbio + que + subjuntivo

- Es un/una + sustantivo + que + subjuntivo

- Es cierto/evidente + que + indicativo

- Está claro + que + indicativo

Estructura: lo más/menos + adjetivo + es.

Argumentación: organizadores del discurso.

Pronombres personales en función de énfasis y contraste.

Week 3

Revisión de usos de ser y estar.

Contraste entre indicativo y subjuntivo en las oraciones de relativo.

Oraciones de relativo con antecedente conocido o desconocido.

Oraciones temporales

- después de/antes de + infinitivo

- antes de que + subjuntivo

- cuando/después de que / hasta que + indicativo / subjuntivo

Otros nexos temporales

Week 4

Oraciones causales

- porque/como/a causa de (que)/debido a (que)/por

- ya que/dado que/puesto que

- no porque…sino porque / no es que… sino que

Conectores de la argumentación

Oraciones consecutivas: por eso/por lo tanto/así que/de ahí que

Oraciones finales: para que/a fin de que/a que

B2

B2 Gevorderden:

Aprendo Español B2

Aan het eind van de cursus kan de student de student de hoofdgedachten van een complexe tekst begrijpen, of die nou een concreet of abstract onderwerp heeft, als ook technische discussies die gerelateerd zijn aan zijn/haar specialisatie. Hij/zij kan op een tamelijk vloeiende en spontane wijze communiceren, waardoor communicatie met moedertaalsprekers ook mogelijk wordt. Hij/zij kan een duidelijke, gedetailleerde tekst schrijven over heel veel verschillende onderwerpen en zijn/haar opinie uitdrukken waarbij hij/zij in staat is de voor- en nadelen van verschillende opties weer te geven.

 

B2 Gevorderden

Week

Grammaticaoverzicht

Week 1

Morfología y uso del pretérito imperfecto de subjuntivo

Contraste indicativo / subjuntivo

Oraciones impersonales con indicativo / subjuntivo

Estilo indirecto

Correlación de tiempos

Oraciones adjetivas o de relativo

Week 2

Perífrasis de infinitivo, gerundio y participio

Acepciones del verbo dejar

Verbos de cambio

Revisión: usos de pasados

Conectores de argumentación

Oraciones condicionales

Estructuras condicionales

Week 3

Usos de ser y estar

La voz pasiva

Ser o estar + adjetivo con cambio de significado

Expresiones descriptivas con ser y estar

Grados de comparación

Expresiones comparativas

Oraciones comparativas contrastivas

Como si/ ni que + imperfecto / pluscuamperfecto de subjuntivo

Estructuras intensificadoras y atenuadoras

Impersonalidad

Verbo ser con adjetivos de descripción: matices y diferencias

Verbo parecer(se)

Week 4

Revisión de los pronombres relativos

Concordancia verbal: indicativo y subjuntivo

Oraciones subordinadas concesivas

Estructuras reduplicativas con subjuntivo

Oraciones finales

C1

C1 Hoog niveau:

Aprendo Español C1 Avanza Aprendo Español C1 Progresa

Aan het eind van de cursus kan de student een breed scala aan lange teksten begrijpen en hij/zij kan de impliciete bedoeling van een tekst herkennen, Hij/zij kan zichzelf vloeiend en spontaan uitdrukken, waarbij hij/zij niet al te opvallend naar woorden hoeft te zoeken. Hij/zij kan de taal flexibel en effectief gebruiken voor socialen, academische en professionele doeleinden. Hij/zij kan een duidelijke, goed gestructureerde en gedetailleerde tekst schrijven over complexe onderwerpen, waarbij hij elementen als grammatica en verbindingswoorden op een goede manier gebruikt.

 

C1 Hoog niveau

Week

Grammaticaoverzicht

Week 1

Indicativo / Subjuntivo: verbos de influencia, expresiones de valoración y sentimiento, verbos con cambio de significado.

Locuciones adversativas: pero, sino; si no; sino que.

Pronombres relativos (que, el/la/los/las que, quien/quienes, cuyo/cuya/cuyos/cuyas; el/la cual, los/las cuales, lo que, lo cual).

Oraciones de relativo.

Locuciones causales: porque, por qué, por que.

Week 2

Indicativo / Subjuntivo: expresar condiciones, causa, consecuencia y finalidad; oraciones temporales y concesivas.

Contraste por/para.

Uso de preposiciones y locuciones preposicionales en sentido figurado: sobre, bajo, ante, tras; encima de, debajo de, delante de, detrás de; encima, arriba, debajo, abajo, etc.

Preposiciones y locuciones de tiempo y lugar: a, hacia, hasta, en, sobre, ante, de, al cabo de, dentro de, desde hace.

Week 3

Indicativo / Subjuntivo: expresar comparaciones y modo.

Valores de se.

Estilo indirecto: cambios en el tiempo verbal, cambios en el modo, cambios en el nexo, cambios en adverbios y referencia espacial, cambios en la persona, verbos útiles.

El género de los nombres: masculino, femenino, invariables, casos especiales, cambio de significado según el género.

Formas no personales del verbo: infinitivo, gerundio, participio.

El diminutivo: -ito, -cito, -ecito, -cecito.

Week 4

Perífrasis verbales.

Verbos de cambio.

La voz pasiva.

Adverbios en –mente: frecuencia, tiempo, grado de certeza.

C2

C2 Master niveau:

Aan het eind van de cursus kan de student met gemak alles begrijpen wat hij/zij hoort of leest. Hij/zij kan informatie uit verschillende mondelinge en schriftelijke bronnen samenvatten, waarbij hij/zij de argumenten op een coherente manier presenteert. Hij/zij kan zichzelf spontaan, zeer vloeiend en precies uitdrukken, waarbij hij/zij onderscheid maakt tussen kleine betekenisverschillen, zelfs in complexere situaties.

 

C2 Master niveau: privé cursus

Grammaticaoverzicht

El planteamiento del curso se ajusta a las necesidades específicas del alumno que ya posee un nivel avanzado de la lengua y que desea perfeccionarse a través de la ampliación y matización de vocabulario, la elección de las formas verbales, el uso desviado de los tiempos, etc. Se trata de ayudar al estudiante de español en su camino hacia el bilingüismo.

 

En este curso se trabajan las estrategias comunicativas asociadas sobre todo al registro formal, pero también al registro conversacional o coloquial (estructuras sintáctico-funcionales, léxicas y semánticas). Asimismo se hace hincapié en la producción textual (coherencia, cohesión y adecuación) y se perfeccionan las destrezas asociadas a la expresión escrita y oral, así como a la comprensión auditiva y de lectura.

Yo no sabía hablar español antes de venir a esta escuela y mi madre también estuvo aquí.

Ragnar Ingi Ragnersson, Islandia.


Studie tip:


Probeer tijdens je verblijf op Gran Canaria, altijd zoveel mogelijk Spaans te lezen en te spreken.




Lessen via Skype:


235 Eur/10 uur


Lessen via Skype




Online cursus Spaans:


Onze online cursus Spaans van niveau A1 en A2.

abclingua.net: online cursus Spaans van niveau A1 en A2




Spaanse grammatica:

learn-spanish.net: Spaanse grammatica